Een rijke geschiedenis
Buitenstaanders kijken meestal raar op bij de dubbele naam : ‘Bloeiende Rozen Concordia’
Insiders weten dat onze toneelvereniging ontstaan is in de schoot van de zangvereniging ‘Concordia’, die op haar beurt een afsplitsing was van het kerkzangkoor ‘Sint Cecilia’.
Anno 1876 stichten 5 leden van dit kerkzangkoor (Theodoor Joos, Joannes De Hertog, Petrus Naegels, Jan Feytens en Philip Ceulemans) de zangmaatschappij Concordia.
Wellicht wilden de stichters een ietwat profanere invulling aan het zangrepertoire van het Sint Ceciliakoor geven en konden er (feest-)avonden worden ingericht met afwisseling van zang-, klucht- en dramaspelen. Acteren was in deze tijden enkel voorbehouden aan het ‘mansvolk’.
De eerste thuishaven van Concordia was het bovenzaaltje van café ‘De Acht Gebroeders’ bij Leopold Drossaert.
In 1907 verhuisde Concordia naar de zaal ‘Olympia’, die men toen betitelde als ‘hare nieuwe ruime schouwburgzaal’.
De eerste regisseur was schoolhoofd Jan Feytens (°1847 –+1922), één van de stichters van Concordia, hij regisseerde 21 vol-avondstukken en 18 eenakters. Hij liet eind 1912 de taak over aan Arthur Verstraeten (°1883-+1962)
‘Meester’ Verstraeten zoals men hem aansprak deed niet alleen de regie, hij schreef ook zelf toneel, hij acteerde en schilderde de decors.
De voorstellingen van deze periode werden aangekondigd als “Luisterrijke Avondfeesten”.
Het klassieke patroon is een avondvullend toneelspel of drama, gevolgd door een blijspel, vóór de eerste wereldoorlog mét zang, nadien zonder. In deze periode werd de avond, tussen de tonelen in, opgeluisterd door een ‘symfonisch’ orkest of fanfare. Op programma’s uit die tijd vinden we volgende vermelding : “Tot eenieders gemak worden de dames vriendelijk verzocht zonder hoofddeksel de vertoning bij te wonen en de heren gelieven hunnen rooklust te bedwingen”
Het is pas in 1919 (de zangactiviteiten zijn dan duidelijk ondergeschikt geworden) dat de toneelafdeling van de zangmaatschappij Concordia een eigen naam krijgt : BLOEIENDE ROZEN. (BRC)
Wellicht is er een verband tussen de naamgeving en het feit dat het eerst dan is dat dames op het toneel verschijnen! Of actrices en acteurs toen reeds in het ‘licht’ stonden is onduidelijk want het is pas in 1922 dat het gemeentebestuur van Hingene in onderhandeling is met de maatschappij ‘Electricité du Nord de la Belgique’ voor het plaatsen van elektrische verlichting. In die tijd diende verlichting enkel om iets te ‘zien’ en niet om iets te ‘belichten’
Einde de dertiger jaren, tijdens en na wereldoorlog II komen de zogenaamde ‘openluchtvoorstellingen’ o.a. in de hovingen van Louis Marnef in de huidige Egied De Jonghestraat (met ‘De Molen van Sanssouci van Otto Härting). Rond die tijd zijn er ook de ‘categoriewedstrijden’ van het A.K.V.T, waaraan Bloeiende Rozen Concordia met succes deelneemt.
In de toneelwedstrijd 1935-1936 uitgeschreven door ’t Fonteintje uit Mechelen werd Bloeiende Rozen Concordia niet alleen bekroond met de eerste plaats, maar ook met de ‘Vondelmedalie 1936 van A.K.V.T. tak Mechelen (met ‘Oessin Blanda’ van Jan Tromp)

In 1945 verschijnt voor het eerst het bekende wapenschild (logo) van Bloeiende Rozen Concordia op een programma. Het werd getekend door Arthur Verstraeten naar een idee van de toenmalige voorzitter Joris Joos.
In 1952 doet Arthur Verstraeten zijn laatste regie in onze kring, hij regisseerde 35 vol-avondstukken en 10 eenakters.


Het ene toneelmonument (‘Meester’ Verstraeten) werd opgevolgd door het volgende : Karel Segers (°1914 – +1983), hij was als speler reeds actief sinds 1936 en was als gemeentesecretaris de stuwende kracht en de ideale public-relations man voor onze toneelvereniging.
Het is meteen het begin van een indrukwekkende periode uit de geschiedenis van de vereniging.
De positieve impulsen van gastregies, de provinciale-, nationale- en zelfs internationale kontakten, de gevoerde jeugdpolitiek en het geloof in eigen kunnen verheffen Bloeiende Rozen Concordia naar een hoger niveau. Men blijft niet stilstaan bij het traditionele jaarlijkse blijspel, ook het ‘betere’ genre, het moderne- en het experimentele theater komen aan bod.
In 1962 vraagt Bloeiende Rozen Concordia Juul Lambrechts als gastregisseur voor deelname aan het Nationaal Lodewijk Scheltjens Tornooi en mag onze kring het openlucht Scheldepodium met ‘Wildstropers’ van Lodewijk Scheltjens inspelen.
In deze periode doet Jos De Reu (in 1966) zijn intrede als regisseur en duivel doet al voor de jeugdwerking en de toneelwerkgemeenschap in Klein Brabant.
In 1971 werd door de Mariekerkse vereniging De Meivis op de kerkberm voor het eerst ‘Het Passiespel’ opgevoerd; onze licht- en geluidsinstallatie werd gebruikt en bediend door BRC onder leiding van Jef Albrechts(+) en duivel doet al Ludo Talboom(+). (BRC bleef de belichting van Het Passiespel verzorgen tot en met de editie van 2015)
In 1972 verhuist -na 65 jaar- Bloeiende Rozen Concordia van zaal Olympia naar het ‘Gildenhuis’; deze vroegere ‘parochiezaal van pastoor Meeûs werd vergroot, opgeknapt, een belichtingscabine werd gebouwd en een nieuw toneelgordijn werd aangekocht.
Tot 1977 werd in een ‘platte’ zaal gespeeld en zat het publiek op losstaande stoelen. Met de opbrengst van het Jubileumbal naar aanleiding van de eeuwfeestviering werd in 1977/78 de uitbouw tot volwaardige toneelzaal gefinancierd, en werden vaste stoelen van de voormalige bioskoop Luna te Boom aangekocht. Niet alleen werd in 1996 de zaalinfrastructuur om 180° gedraaid, er werd ook een nieuw foyer aan de zuidzijde van de zaal gebouwd. Een aanzienlijk deel van de verbouwingskosten werd gedekt door de inkomsten van een tiental ‘dansfestijnen’ verzorgd door de dames van de toneelkring onder de naam ‘Jollemollen’
Dit alles bracht nieuwe taken voor de leden en sommige trouwe sympathisanten met zich mee: Pinten tappen en serveren, koffie, thee, soep, botterhammen met kop en kaas! En…nieuwe verantwoordelijkheden voor het bestuur van toen: Bloeiende Rozen Concordia werd een VZW.

Leo Mijs had als vierde voorzitter van de vereniging de taak overgenomen van de in 1986 overleden Joris Joos. Hij organiseerde in 2001 een grootse Jubileumviering ter gelegenheid van ‘125 jaar Bloeiende Rozen Concordia’, en onder zijn leiding werden dat jaar de toneelactiviteiten in de toneelzaal ‘Hendrik Conscience’ en het beheer van het Foyer ‘Gildenhuis’ gescheiden.
Gedurende de laatste 25 jaar werden quasi alle voorstellingen (47 verschillende stukken, ongeveer 200 voorstellingen!) geregisseerd door onze ‘huisregisseurs’ Gilbert Van Zundert(+), Zjef Hoofd, Fernand Bruyninckx, Jos de Reu(+) en Gunter Michiels. Meerdere stukken –zoals ‘Lili en Marleen’, ’Vijgen na Kerstmis’, ’De Red Star Line’, ’Ghetto’, ‘Allo Allo’– blijven in het geheugen hangen.

Onvergetelijk waren de opvoeringen in 2021 van ‘De Laatste Biecht’ in de vroegere Sint Margarethakerk van Wintam; Samen met ‘Huwelijk op de tocht’ waren deze opvoeringen door de Covid 19-lockdown van 2020 met één jaar uitgesteld.

In 2017 leverden Gilbert Van Zundert(+) en Frans Van der Elst(+) samen met Myriam Van den Bogaert een beklijvend ‘De IJzervreters’; het werd voor Frans en Gilbert de laatste acte van hun uitzonderlijke toneelcarrière bij BRC.
In 2010 volgt Jos de Reu Leo Mijs op, hij wordt de vijfde voorzitter van de vereniging.
Onder zijn beleid en vanaf de voorstelling ‘Yerma’ in 2012 (regie Ingrid Goemans en Nicole De Sagher) treedt BRC het digitale-computertijdperk in en systemen worden gemoderniseerd. Decorbeschildering wordt grotendeels vervangen door overhead projectie, geluiden worden computergestuurd, pancartes en uitnodigingen worden digitaal aangemaakt, zaal- en foyer worden met LED-verlichting uitgerust en alle theaterbelichting en projectoren worden door kostenbesparende computergestuurde ‘LED-moving heads’ vervangen.
In 2020 wordt Jos de Reu(+2025) tot erevoorzitter benoemd en August Minnebo wordt als voorzitter a.i. aangesteld. In 2023 worden de statuten van Bloeiende Rozen Concordia aangepast om ze in overeenstemming te brengen met de wet van 23/3/2019 betreffende Vennootschappen.